Hitteflits

19-07-2016

Komende week wordt er weer mooi weer voorspeld, met woensdag kans op (sub)tropische temperaturen. Allemaal leuk en aardig, maar hier zitten de hoogproductieve koe, de droge koe en de koe die afkalft niet op te wachten. En u als veehouder ook niet: Het vetgehalte in de melk daalt, de weerstand daalt en op langere termijn zijn klauwproblemen te verwachten. Vaak worden de problemen niet tijdens de hitteperiode gezien, maar vlak daarna; juist als men denkt er tussendoor gefietst te zijn.

Wat te doen?

Voorkomen dat de pens verzuurt! Een koe heeft al last van de warmte bij 21 graden celsius of meer. Ze gaat sneller ademen en minder en onregelmatiger voer opnemen.
Dus:

  • Zorg voor een koele plek: ventilatoren in de stal dag en nacht laten draaien.
  • Vers voer! Zo houd je de koeien aan het vreten.
  • Voergang hygiëne (nog) verder aanscherpen: vaker per 24 uur voeren, vooral ook ’s avonds laat (meng)kuil voeren. Zo wordt broei aan het voerhek voorkomen.
  • Gooi het beweidingschema om: zet de dames ’s nachts buiten en overdag in de schaduw in de stal.
  • Schoon en voldoende drinkwater! Voor ieder liter melk is 3 liter water nodig en een koe drinkt bij voorkeur hard. Heel hard: 20 liter/minuut. Dus houd de waterbakken schoon en vol.
  • Voer een mineralenbuffer (bijv bicarbonaat), 150-200 gram/dier/dag is het advies. Let op: ga hier minimaal 4 dagen mee door na de warme periode!
  • Nog beter: voer extra structuur. Dit houdt de koeien aan het herkauwen waardoor de beste buffer van Moeder Natuur volop geproduceerd wordt; bicarbonaat in het speeksel.
  • Bestrijd de vliegen. Dit kan met middelen in de put, in de omgeving of op de koe zelf (Butox). Door de hitte is er al veel ongemak en door de vliegen wordt dit alleen maar erger. Bovendien kunnen vliegen kiemen overbrengen die uierontsteking veroorzaken, waar koeien tijdens hittestress sowieso extra gevoelig voor zijn.
  • Wat voorkomen van uierontsteking betreft verdient ook de boxhygiëne extra aandacht: zorg te allen tijde voor een schone en droge ligplek. Kalk kan hiervoor een uitkomst bieden: 2x per week is voldoende. Een goede (barrière) uierdip voorkomt uitdroging van de speen en helpt het slotgat gesloten te blijven.

Tot slot is er altijd nog de dierenarts die u kunt bellen mochten er zich onverhoopt toch nog problemen voordoen.

Een toost op Toos!

12-07-2016

Vrijdag 1 juli was een bijzondere dag voor Melkveebedrijf Lamberts. Een feest ter ere van Toos Grandioos, die in haar 16 jarige carrière ruim 146.000kg melk produceerde en nu de magische grens van 10.000kg vet en eiwit heeft doorbroken.
Tijd voor een feestje dus. Na Sprekers vanuit Friesland Campina, de CRV, en zelfs de burgemeester vanuit Deventer en Jannie Lamberts niet te vergeten, was er een gezellige borrel die tot in de kleine uurtjes heeft geduurd.

Namens het gehele team van Dierenkliniek Deventer ook van harte gefeliciteerd!

IMG_3188 IMG_3189 IMG_3186 IMG_3187

 

Nieuwsflits juni 2016

06-06-2016

BO melk noodzakelijk voor keuze uierinjector

Het nemen van bacteriologisch onderzoek (BO) blijft belangrijk. Allereerst is het goed om te weten welke kiem de uieronsteking of het (langdurig) hoogcelgetal veroorzaakt in de uier. Ook de gevoeligheid voor antibiotica kan bepaald worden, waardoor de inzet van de juiste injector bepaald wordt.
De uierinjectoren die hoofdzakelijk gebruikt worden bij klinische uierontsteking zijn Avuloxil en Ubrolexin. Dit zijn breedspectrum en dus tweede keus antibiotica. Bij gebrek aan een eerste keus injector voor klinische uierontsteking zijn dit de aangewezen producten.

Dit jaar zullen er nieuwe smalspectrum uierinjectoren op de markt komen en eind 2016 zal de Formulariumcommissie Melkvee van de KNMvD beoordelen of deze middelen als eerste keus injector toegepast zullen worden in de melkveehouderij. Deze injectoren zijn werkzaam tegen staphylococcen (bv SAU, CNS) en streptococcen (bv SDY, SUB), maar niet tegen e. coli of klebsiella.

Om een onderbouwde beslissing te maken welke injector bij u op het bedrijf past, is het dus zeer belangrijk om op regelmatige basis bacteriologisch onderzoek uit te voeren van ontstoken kwartieren.

Wij adviseren u om minimaal vijf BO’s te nemen per jaar en minimaal één per kwartaal.

BVD en IBR

Nu de voorjaarswerkzaamheden in volle gang zijn hebben wij dierenartsen tijd om nieuwe projecten op te pakken. Onlangs is er bekend geworden dat er vanuit de Europese unie een “steunpakket” beschikbaar is gekomen om de bestrijding van BVD en IBR op het melkveebedrijf aan te pakken. Wij vinden dit een mooi moment om de BVD-IBR bestrijding op de bedrijven waar wij komen extra onder de aandacht te brengen.
De bedoeling is dat Nederland rond 2020 BVD en IBR vrij is. In een tijd waarbij de marges klein zijn en arbeid vaak een beperkende factor is passen geen besmettelijke weerstandsverlagende ziektes als BVD en IBR. Dat deze ziektes niet op het melkveebedrijf thuis horen onderschrijft ook Friesland Campina en kent in Foqus Planet punten toe aan bedrijven die hier mee aan de slag gaan!
In de onderstaande grafiek kunt u zien hoe de verschillende bedrijven binnen onze praktijk gerangschikt zijn. Gelukkig is een heel aantal bedrijven al voortvarend met de bestrijding aan de gang gegaan en heeft de status IBR-vrij/BVD-vrij behaald. De komende tijd zult u van ons bericht ontvangen over uw mogelijkheden om van de subsidieregeling gebruik te maken.

De blauwe balkjes geven het aantal bedrijven aan.

De blauwe balkjes geven het aantal bedrijven aan.

Nieuwe producten

Kexxtone

De Kexxtone bolus voorkomt slepende melkziekte bij risicodieren. Verschillende bedrijven gebruiken deze bolus en we zien goede resultaten.
Kexxtone is een bolus die drie tot vier weken voor kalven in de bek wordt gegeven. In de bolus zit de stof Monensin. Deze stof zorgt ervoor dat bepaalde pensbacteriën, die directe energie beschikbaar maken voor de koe, beter kunnen groeien. Hierdoor raakt de koe minder snel en minder diep in een negatieve energiebalans als ze aan de melk komt.

De bolus is bedoeld voor koeien die een hoog risico lopen op slepende melkziekte. Hierbij kan gedacht worden aan vette koeien met een conditie score van vier en hoger of koeien met een tweelingdracht.

Wachttijd vlees en melk: 0 dagen.

Velactis

Velactis is een nieuw middel om de melkproductie van hoogproductieve koeien bij het droogzetten fors te doen dalen. Als een koe ten tijde van droogzetten meer dan tien liter melk geeft, vergroot dit de kans op melk uitliggen, uierinfectie en pijn en ongemak tijdens de droogstand. De werkzame stof in Velactis remt het hormoon prolactine, waardoor de melkproductie direct zakt.

Het kan een goede aanvulling zijn op uw andere maatregelen rondom droogstand. De behandeling bestaat uit een eenmalige injectie in de spier van 5 ml, binnen vier uur na de laatste melkbeurt. Het product is te verkrijgen in losse flesjes van 5 ml en in een doosje met 5 flesjes.

Wachttijd melk: 0 dagen (droogstand > 32 dagen) en 4 dagen (droogstand <32 dagen)
Wachttijd vlees: 23 dagen

Met vriendelijke groet,

Karin van Heuven-van Kats, Elske van der Mik, Bert Gerrits, Sjoerd Malda, Jorien Druijf en Maaike van Diepen

Artikel: Secuur werken als basis voor succes

30-05-2016

Een goede droogstand is essentieel voor een gezonde start van de lactatie en een hoge productie. Dierenkliniek Deventer schenkt hier onder de noemer ‘Droogstand 2.0’ extra aandacht aan. ‘Veehouders die met hun percentage nieuwe mastitisinfecties onder de 10 procent zitten en met hun genezing boven de 80 procent beschouwen we als toppers en zetten we in het zonnetje,’ stelt dierenarts Karin van Heuven-Van Kats. Twee van hen geven hun strategie prijs.

Lees hier het artikel in pdf formaat

Artikel: Met droogzetprotocol 100 procent genezing

27-05-2016

karin

Twee jaar geleden begon Erik Smale met selectief droogzetten. Door een strak protocol te hanteren heeft hij weinig nieuwe mastitis gevallen.

Lees hier het hele artikel uit boerderij. (pdf)

Artikel: Dierenkliniek Deventer pakt droogstandsevaluatie voortvarend op.

03-05-2016

(geschreven door Berrie Klein Swormink)
Een goede droogstand is essentieel voor een gezonde start van de volgende lactatie en een hoge productie van melkkoeien. Onder de noemer “Droogstand 2.0” probeert Dierenkliniek Deventer haar melkveehouders te ondersteunen bij het verbeteren van de droogstandsstrategie en de uitvoering daarvan.
Dierenkliniek Deventer heeft bij al haar 140 melkveehouders de droogstand geëvalueerd. “Hiervoor hebben we de celgetalgegevens geanalyseerd van alle koeien die in 2015 aan de melk zijn gekomen”, vertelt rundvee-dierenarts Karin van Heuven-van Kats. Al deze gegevens zijn in een grafiek verwerkt, waarmee aan elke veehouder duidelijk gemaakt kan worden hoe hij staat ten opzichte van de andere veehouders in onze praktijk.


De rundveedierenartsen van Dierenkliniek Deventer: vlnr: Karin van Heuven-van Kats, Jorien Druijf, Sjoerd Malda, Elske van der Mik en Bert Gerrits.

Per bedrijf is berekend welk percentage koeien tijdens de droogstand is genezen van een (subklinische) mastitisinfectie; en tevens het percentage koeien dat tijdens de droogstand een nieuwe mastitis-infectie heeft opgelopen. ,,De veehouders die met hun percentage nieuwe infecties onder de 10% zitten; èn met hun genezing boven de 80% beschouwen we als toppers. Zij krijgen een hele dikke voldoende voor hun droogstandsevaluatie.”

De afgelopen weken hebben de dierenartsen van Dierenkliniek Deventer hun 15 toppers in het zonnetje gezet met onder meer een lekkere taart en een boek over droogstand. Van Kats: “We hadden natuurlijk ook kunnen beginnen bij de categorie bedrijven waar nog veel te verbeteren valt. Maar we denken dat een positieve benadering beter werkt. Uiteindelijk bespreken we komende tijd met alle veehouders hun resultaten op het gebied van droogzetten.”

Bent u benieuwd welke stip in de grafiek bij u bedrijf hoort en wat u kunt doen om ook bij de top te gaan behoren? Tijdens onze diergezondheidscheck die we een half jaar na de BGP zullen uitvoeren op uw bedrijf (juli tot en met september), nemen wij uw individuele grafiek mee en bespreken we maatregelen die u kunt nemen om ook naar een percentage nieuwe infecties lager dan 10 en een genezingspercentage van boven de 80 te kunnen gaan.
Hieronder een foto en in willekeurige alfabetische volgorde het lijstje veehouders uit de top, waar we zo trots op zijn:

Blankena-Brilman, MTS HG + JG BETTINKDK 6 A
Bolink-Booijink, MTS HM+AJM WESSELINKSDK 5
Enneman, MTS R+EG SCHAPESPIKKE 5
Groot Steinfort PLANTAGEWEG 1
Kolkman, G J M IWLANDSWG 5
Reeve, HET REEVERWG 48
Reilink-Temmink, MTS H + H P BRONSVOORDERDK 21 A
Riele-Groot Koerkamp, PHM+BJM TE VELDHUIZERDK 3
Schooten-Stegeman, MTS W+H VAN KLINKENWG 9 A
Schrijver-Bolderink, MTS P + J W DEVENTERWG 34
Smale, HHG JUFFERDK 9
Steegink-van den Berg, MTS JW+GJW KLINKENWEG 3 A
Stegink, H.W. OUDENDK 5
Veeneman-van Ark, MTS A G +H H OUDE LARENSEWG 87

Hieronder 2x een link naar onze website, waar 2 veehouders vertellen in een interview met Berrie Klein Swormink over hun droogstandsbeleid:

Link interview Herman en Henny Reilink: http://www.dierenkliniekdeventer.nl/landbouwhuisdieren/nieuws/2016/03/droogstand-2-0-interview-herman-reilink

Link interview familie van Schooten, Klinkenweg: http://www.dierenkliniekdeventer.nl/landbouwhuisdieren/nieuws/2016/03/droogstand-2-0-interview-familie-van-schooten

Wegens productieproblemen is Engemycine tijdelijk niet leverbaar

21-04-2016

Wegens productieproblemen is Engemycine tijdelijk niet leverbaar (geweest).

Vervangend product is Oxymax 100mg/ml

RegNL: 112077 UDD
Wachttijd vlees: 21 dagen
Wachttijd melk: 5 dagen

Toediening/Dosering

Rund: In spier
5 mg oxytetracycline per kg lichaamsgewicht per dag, gedurende 3-5 dagen (overeenkomend met 1 ml product per 20 kg lichaamsgewicht per dag).
Maximaal 15 ml per injectieplaats.

Kalf in spier
10 – 20 mg oxytetracycline per kg lichaamsgewicht per dag, gedurende 3-5 dagen (overeenkomend met 1- 2 ml product per 10 kg lichaamsgewicht per dag).
Maximaal 5 – 10 ml per injectieplaats.

Verslag (melk)veehoudersavond 2016

11-04-2016

Woensdag 30 maart was het weer zover; onze jaarlijks veehoudersavond. Rond half 8 druppelden de eersten binnen in de serre van Boode waar de koffie en thee al klaar stond, met een lekkere versnapering erbij. Om ongeveer acht uur waren de meeste plekjes gevuld (en uiteindelijk konden de laatkomers nog een plekje krijgen aan de felbegeerde statafels)

De avond was een afwisseling van inhoudelijke presentaties, een vermakelijk interview, en vooral ook veel gezelligheid.

Martijn Selie nam ons mee in de wereld van de ’groene beestjes’.  Bacteriën die mastitis veroorzaken en nu niet alleen meer bestreden hoeven worden (met antibiotica), maar ook door middel van vaccineren minder schade kunnen veroorzaken aan het uier. Samen met goede management maatregelen zou je op deze manier de impact van mastitis op je bedrijf aanzienlijk kunnen terugdringen.

In de pauze werden onze 14 beste veehouders van 2015 op het gebied van droogstand naar voren geroepen voor een groepsfoto. Zij hadden in de voorliggende weken allemaal van de praktijk een taart en een presentje gekregen om het te feliciteren met dit resultaat.

quizmaster sjoerdNa de pauze hield Otlis Sampimon een vlammend en vermakelijk verhaal over droogstand. Sinds 2 jaar mogen we niet meer preventief droogzetten, en wat voor een gevolgen heeft dat gehad voor de uiergezondheid op het bedrijf. Hij vertelde ons welke maatregelen je kunt nemen om deze gevolgen zo klein mogelijk te houden. Ook gaf hij wat praktische voorbeelden van het goed (en vooral ook verkeerd) gebruik van teatsealers als Orbeseal). Zijn gevleugelde woorden ‘knijpen als een vrouw’ zullen vele van jullie zich nog wel kunnen herinneren.

Ten slotte kwam onze avondvoorzitter Sjoerd Malda in vol ornaat een bij tijd en wijle hilarische quiz presenteren, waarbij de uiteindelijke conclusie was dat het hoog tijd werd voor de borrel.

Daar was het nog tot in de late uurtjes erg gezellig….

Een uitgebreidere fotoreportage volgt

Droogstand 2.0 Interview Familie Van Schooten

31-03-2016

Familie Van Schooten, Okkenbroek: ‘Secuur werken is de basis voor succes’

schooten

 

Nul procent nieuwe infecties tijdens de droogstand. En honderd procent genezing van infecties die er aan het begin van de droogstand waren. De score van familie Van Schooten in Okkenbroek tijdens de droogstandsevaluatie van Dierenkliniek Deventer is niet te verbeteren.

,,We hebben een enorme hekel aan de problemen die uierontsteking met zich meebrengt. Daarmee doen we er veel aan om mastitis te voorkomen en het celgetal laag te houden”, vertelt Ina van Schooten. Samen met echtgenoot Wim en zoon Erwin heeft ze een melkveebedrijf met 40 koeien aan de Klinkenweg in Okkenbroek.

Ina, Wim en Erwin bespreken met hun dierenarts Bert Gerrits hoe ze hun koeien zo optimaal mogelijk aan een nieuwe lactatie laten beginnen.
Ook de melkveehouders Van Schooten zetten hun koeien sinds enkele jaren selectief droog. Volgens de adviezen van Dierenkliniek Deventer gebruiken ze droogzetters met antibiotica bij koeien met een celgetal boven de 50.000 en vaarzen boven de 150.000. Ook brengen ze bij alle droog te zetten dieren Orbeseal in om het tepelkanaal af te sluiten.

,,Daarnaast gebruiken we ook eigen normen” vertelt Wim van Schooten. ,,Ik let bijvoorbeeld op de mastitisgeschiedenis van een koe. Als een koe een half jaar geleden coli-mastitis heeft gehad, kies ik soms toch voor antibiotica-droogzetters ondanks een laag celgetal.”

Dierenarts Bert Gerrits stelt dat melkveehouders die consequent werken de beste resultaten scoren op het gebied van uiergezondheid. ,,Soms vertellen melkveehouders dat ze werken volgens onze celgetalnormen bij het droogzetten van koeien. Als ik dan doorvraag naar wat er bij individuele koeien gebeurd is, blijkt echter dat het droogzetbeleid de ene dag toch anders is dan de andere dag.”
Het gemiddelde tankmelkcelgetal bij Van Schooten is laag: het varieert tussen de 30.000 en 70.000. De melkproductie per koe (rollend jaargemiddelde) is 9.800 kg met 4,60 vet en 3,80 eiwit. ,,Ons streven is dat het tankmelkcelgetal gedeeld door duizend lager is dan de BSK”, grapt Erwin.
Het lage tankmelkcelgetal komt de melkveehouders niet aanwaaien. Ze schenken veel aandacht aan een strikte hygiëne in de stal en tijdens het melken.

Voerligboxenstal

De stalhygiëne vergt extra inzet omdat Van Schooten werkt met een voerligboxenstal. ,,De stal dateert uit 1978, maar functioneert nog prima. Feit is wel dat de ligplek bij voerligboxen sneller vuil is dan bij een normale ligboxenstal”, vertelt Wim. ,,Om dat te compenseren maak ik regelmatig een rondje door de stal om de boxen schoon te houden. Zeker vijf, zes keer per dag doe ik dat.” De melkveehouders strooien de boxen twee maal daags in met populieren zaagsel en strooien ook af en toe kalk om de kiemdruk laag te houden. Wim: ,,Onze ervaring is dat het type kalk moet passen bij het dipmiddel dat je gebruikt. Is dat niet het geval dan ontstaan meteen schrale spenen.”

Wim en Ina melken vrijwel altijd samen. ,,Daardoor hebben we de tijd om alle handelingen zorgvuldig uit te voeren. We beseffen dat onze situatie anders is dan op veel bedrijven waar één melker veel koeien moet melken”, zegt Ina. Zorgvuldig werken betekent voor Wim en Ina onder meer dat ze koeien goed uit melken. Soms betekent dit bijvoorbeeld dat ze van bepaalde koeien één kwartier langer melken dan de andere. De melkveehouders zijn secuur met voorbehandelen en gebruiken bij iedere koe een schoon stuk uierpapier. Na iedere koe met een verhoogd celgetal spoelt Ina het melkstel door met heet water om zo overdracht van kiemen te voorkomen.

schooten2

De Van Schooten’s mikken op een melkproductie van maximaal 12 kg per dag op het moment van droogzetten. Bij sommige koeien is het nodig om de melkproductie te remmen om onder de 12 kg te komen. ,,Die zet ik dan een paar dagen vast in de voerligbox en voer haar een schraler rantsoen.”
Bij het daadwerkelijke droogzetten gaat Wim uiterst secuur te werk. Hij draagt altijd handschoenen. De alcoholdoekjes die je meegeleverd krijgt bij droogzetters en Orbeseal gebruikt hij niet. ,,Veel te klein. Ik desinfecteer de spenen spiritus op uierpapier.”

Na het inbrengen van droogzetantibiotica en Orbeseal dipt Wim de spenen met een speciale droogzetdip.

Ook bij de droogstaande koeien houdt Wim de voerligboxen goed schoon. Het voerrantsoen tijdens de droogstand is niet bijzonder volgens de melkveehouders. ,,Naast kuilgras, krijgen de droogstaande koeien een klein beetje mais. We proberen zo te voeren dat de koeien niet in conditie toenemen.” Vanaf twee weken voor afkalven, krijgen de koeien ook wat energierijk krachtvoer. De krachtvoergift gaat omhoog tot maximaal 3 kg nabij afkalven.

Afkalven

Nog niet zo lang geleden is Wim begonnen met het dippen van droogstaande koeien in de laatste weken voor afkalven. ,,Daarvoor gebruik ik een gewone jodiumdip. Ik doe dat niet bij alle koeien, maar bij risicodieren die bijvoorbeeld melk uitliggen of een celgetalgeschiedenis hebben.”
Wim, Ina en Erwin concluderen dat een succesvolle droogstand veel inspanningen en voortdurende aandacht vergt. Ina: ,,Je moet altijd scherp blijven.”

Droogstand 2.0 Interview Herman Reilink

31-03-2016

Herman Reilink, Bathmen: ‘Plezier in het werk is het belangrijkst’

foto 2

Herman Reilink, Bathmen: ‘Plezier in het werk is het belangrijkst’

Samen met echtgenote Henny houdt Herman Reilink in Bathmen een kleine 110 melkkoeien. Ze melken met twee Delaval melkrobots.
Dat hun bedrijf als een van de toppers naar voren kwam tijdens de droogstandsevaluatie van Dierenkliniek Deventer had Herman niet verwacht. ,,Wat wij hier doen, is niet zo bijzonder. En bovendien huisvesten we onze koeien in een oudere ligboxenstal die niet zo ideaal is als ik wel zou willen.”
Toch blijkt uit de cijfers dat de koeien van Reilink de droogstandsperiode heel goed doorkomen. 91 procent van het aantal koeien met een mastitis-infectie geneest tijdens de droogstand; en niet meer dan 6 procent van de koeien loopt tijdens de droogstand een nieuwe infectie op.
Aan de keukentafel bespreekt Herman met Karin van Heuven-van Kats de droogstandsaanpak op het bedrijf. ,,Dat we goed scoren in de droogstandsevaluatie, komt wellicht doordat we hier scherp zijn op mastitis”, oppert Herman. “Tijdens de lactatie hebben we nog wel eens problemen met uierontsteking. Bacterie Staphylococcus aureus speelt daarbij vaak een rol, zo blijkt uit de bacteriologische onderzoeken van melkmonsters ofwel BO’s die we regelmatig laten doen. Bij iedere koe met een subklinische aureusinfectie probeert Herman de beste strategie te kiezen. ,,Soms is dat selecteren om af te voeren. Het afgelopen jaar heb ik ook een aantal aureus-koeien negen dagen voor het droogzetten behandeld met een antibioticum, Pirsue om precies te zijn. Dat was succesvol. Alle vier koeien die ik daarmee behandeld heb, zijn genezen.”
Net als veel van zijn collega’s begon Herman Reilink een paar jaar geleden met het selectief droogzetten van de koeien. Dat wil zeggen: niet meer standaard iedere koe met antibiotica behandelen op de dag van droogzetten; maar alleen de dieren met een verhoogd celgetal.
Dierenkliniek Deventer hanteert het advies om droogzetters met antibiotica te gebruiken bij een celgetal van meer dan 50.000 cellen per ml bij koeien en 150.000 bij vaarzen. Ook luidt het advies om alle droog te zetten dieren te behandelen met Orbeseal. Dit is geen antibioticum, maar soepel materiaal dat het tepelkanaal afsluit en daarmee voorkomt dat ongewenste ziekteverwekkers het uier binnendringen.
Aan dit laatste advies houdt Herman Reilink zich niet helemaal. ,,Orbeseal gebruik ik alleen bij de koeien waarbij ik geen antibiotica inbreng. Dubbeltherapie toepassen vind ik wat overdreven”, aldus Reilink. Dierenarts Karin van Heuven-van Kats heeft er geen problemen mee dat Herman afwijkt van het advies. “De cijfers laten zien dat de gekozen aanpak werkt op dit bedrijf.”

Liters

De melkveehouder doet zijn best om koeien pas droog te zetten op het moment dat de melkproductie niet al te hoog meer is. ,,Dat valt niet altijd mee. Veel koeien geven nog 15 tot 20 kg melk als ik ze wil droogzetten. Zulke koeien stal ik een paar dagen in een strohok. Daar krijgen dan het ruwvoerrantsoen van de droge koeien. Meestal is de melkproductie dan na een dag of drie wel gezakt onder de 10 liter per dag.” De gemiddelde melkproductie (rollend jaargemiddelde) bij Reilink is 9.740 k met 4,52 vet en 3,58 eiwit.
De laatste week voor droogzetten, melkt Reilink de koeien nog maar één keer daags. ,,Met de melkrobot is dat een fluitje van een cent.”
Door zijn aanpak heeft de melkveehouder nauwelijks nog last van het uitliggen van melk bij net drooggezette koeien.

schuur

Secuur werken

Bij het daadwerkelijke droogzetten gaat Reilink secuur te werk, en altijd op dezelfde manier. Hij plaatst een koe in de klauwbekapbox en takelt een poot omhoog. ,,Ik kan dan in alle rust de spenen met spiritus ontsmetten en droogzetters of Orbeseal inbrengen. Daarna bekap ik de koe en breng haar naar de afdeling met droge koeien.”

Lengte droogstand

Melkveehouder Reilink gaat uit van een droogstandsperiode van zes-zeven weken. “Dat is een prima droogstandslengte. Als dierenartsen vinden we vijf-zes weken het minimum. Landelijk was er een aantal jaren geleden een trend om de droogstand te verkorten tot drie-vier weken. Daar is bijna iedereen weer van teruggekomen. De uier van de koe heeft nou eenmaal een voldoende lange rustperiode nodig om zich voor te bereiden op de volgende lactatie.”
Reilink probeert zijn koeien in een ‘normale’ conditie de droogstand in te laten gaan. ,,Daar ben je de hele lactatie op gespitst. In 95 % van de gevallen lukt het ook. Een enkele keer is een koe te dik op het moment van droogzetten. Te mager zijn ze eigenlijk nooit.
De melkveehouder onderscheidt twee droogstandsgroepen: koeien aan het begin van de droogstand; en koeien vanaf drie weken voor afkalven. In beide groepen krijgen de koeien hetzelfde voerrantsoen met de voermengwagen dat bestaat uit een mengsel van gras, snijmaïs, bierbostel, stro en droogstandsmineralen. Het enige verschil is dat
koeien in de groep die bijna afkalft ook krachtvoer krijgen via de krachtvoerbox; maximaal 2,5 kg krachtvoer per dag.

Ligboxen

Bij de droogstaande koeien maakt Herman Reilink de ligboxen minder vaak schoon dan bij de melkgevende koeien. Eenmaal daags verwijdert hij de mest uit de boxen, en voorziet die van nieuw zaagsel met een deel kalk. Tegelijkertijd maakt de melkveehouder dan de roostervloer schoon. “Omdat in dit deel van de stal geen mestschuif aanwezig is. Ik weet dat ik volgens het boekje de ligplaatsen van de droogstaande koeien vaker zou moeten schoonmaken. Maar alles wat je doet, kost arbeid. Die is op ons bedrijf niet onbeperkt voorhanden. Daarom maken we soms afwegingen om bepaalde dingen wel of niet te doen.”

Afkalven

Afkalven doen de koeien in een strohok. ,,Ook hier lukt het ons niet altijd om volgens het boekje te werk te gaan. We hebben maar twee strohokken, en soms gebruiken we die ook voor zieke koeien. Het lukt niet altijd om iedere geboorte in een brandschoon hok te laten plaatsvinden. Al zorgen we er wel altijd voor dat er een droge toplaag stro aanwezig is. Zoals ik al eerder aangaf, moeten we soms afwegingen maken met het oog op arbeid en niet-optimale stalomstandigheden. Mijn standpunt is dat je veel kunt bereiken zo lang je je werk met plezier doet. Dat blijkt ook uit de cijfers van de droogstandsevaluatie. Arbeidsvreugde is van groot belang voor een goed resultaat.”