Pijnstillers (NSAID's) en uw kat

Bij katten schrijven wij regelmatig een pijnstiller uit de groep niet-steroïde ontstekingsremmers (of NSAID’s) voor. Deze middelen worden veel gebruikt bij mens en dier om pijn, koorts en ontstekingsreacties die vaak optreden bij een degeneratieve gewrichtsaandoening te verminderen. Pijnbestrijding is heel belangrijk voor het welzijn van uw kat. Een groot aantal katten heeft veel baat bij deze middelen; ze bewegen beter, hebben minder pijn, meer eetlust en een verbeterde levenskwaliteit.

Degeneratieve gewrichtsaandoeningen bij de kat

Degeneratieve gewrichtsaandoeningen (waaronder osteoarthritis ofwel arthrose) komen vaak voor, met name bij de oudere kat. Zoals bij andere aandoeningen kunnen katten de verschijnselen van deze ziekte verbergen.

Problemen en gedragsveranderingen bij de kat met een degeneratieve gewrichtsaandoening zijn onder andere:

  • verminderde activiteit, bv. meer slapen, minder rondlopen, spelen of jagen
  • verminderde beweeglijkheid, bv. minder willen springen, minder hoog springen, moeite met het gebruik van de kattenbak, stijfheid en soms duidelijke kreupelheid
  • minder poetsgedrag, minder lang poetsen of moeite hebben met poetsen, een onverzorgde vacht, te lange nagels
  • verandering karakter, minder graag contact maken met mensen of huisdieren, afzonderen, “prikkelbaarder”
  • andere symptomen, o.a. agressie of geluid maken bij aanraken en verlies van eetlust

Het herkennen van deze veranderingen kan u en uw dierenarts op de mogelijke aanwezigheid van pijn en een degeneratieve gewrichtsaandoening wijzen. Tevens helpt het u bij het controleren of de behandeling helpt of niet.

Zijn NSAID’s veilig voor de kat?

NSAID’s spelen een belangrijke rol bij de behandeling voor veel katten, maar vanwege de verschillen tussen katten en andere dieren, moet u ervoor zorgen dat u alleen een middel gebruikt dat specifiek is voorgeschreven voor uw kat door uw dierenarts. Veel middelen voor mensen zoals aspirine, ibuprofen en paracetamol kunnen zeer giftig zijn voor katten en de toediening ervan is levensbedreigend.

Bijwerkingen kunnen optreden bij het gebruik van NSAID’s, net zoals bij alle geneesmiddelen. Sommige patiënten lopen een verhoogd risico op bijwerkingen ( bv. oudere katten en katten met bepaalde aandoeningen). Uw dierenarts kan u dan adviseren om vaker te controleren en voorzichtig de behandelingen aan te passen om de laagst effectieve dosering van het middel voor uw kat vast te stellen.

Op welke bijwerkingen moet u alert zijn?

Geregistreerde NSAID’s hebben aangetoond veilig te zijn voor gebruik bij de kat. Echter, bijwerkingen kunnen nog steeds optreden. De meeste zijn mild, maar soms kunnen ze ernstig zijn. Zoals bij andere diersoorten, kunnen bijwerkingen bestaan uit maagdarm-,nier-,hart- of leverproblemen. Bijwerkingen kunnen leiden tot de volgende symptomen, onder andere:

  • verlies van eetlust
  • misselijkheid of braken
  • lusteloosheid en sloomheid/depressie
  • verandering in drink- en/of plasgedrag
  • diarree en zwartgekleurde ontlasting
  • geelverkleuring van de huid, het tandvlees of het oogwit.

Wat moet ik weten?

  • Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van hoeveel u van het middel moet geven, hoe vaak, en gedurende welke periode. Raadpleeg bij twijfel uw dierenarts.
  • Dien het middel altijd met of na de maaltijd toe. Uw dierenarts kan u adviseren om blikvoeding in plaats van droogvoeding te geven om een goede wateropname te bevorderen. Het is namelijk erg belangrijk dat uw kat voldoende vocht opneemt.
  • Als uw kat niet eet geef dan niet zijn medicatie. Neem contact op met uw dierenarts.
  • Bespreek met uw dierenarts welke controle plaats moet vinden om uw kat te beschermen. Hoe vaak uw kat opnieuw onderzocht moet worden, welke bloed- en urineonderzoeken moeten worden uitgevoerd, en hoe vaak deze herhaald moeten worden.
  • Geef uw kat nooit enige andere medicatie op hetzelfde moment zonder overleg hierover met uw dierenarts.
  • Wanneer u zich op enig moment zorgen maakt, of mogelijke bijwerkingen ziet, stop dan direct met het geven van de medicatie en neem contact op met uw dierenarts.

Veiligheid eerst: bij enige twijfel, stop onmiddellijk met het geven van de medicatie en overleg met uw dierenarts.