Oormijt infectie hond en kat

Oormijten zijn veel voorkomende parasieten die in de gehoorgang van honden en katten leven. Vooral bij jonge dieren komen oormijt infecties regelmatig voor omdat ze nog onvoldoende afweer hebben. De verwekker, de mijt "Otodectes cyanotis" is een krab-achtig diertje dat zijn hele levenscyclus op de hond doorbrengt. De vrouwtjes leggen hun eieren in het oor en in de omringende vacht. Zowel de larven als de volwassen mijten voeden zich met oorsmeer, huidschilfers en weefselvocht van uw hond of kat.

Oormijt is erg besmettelijk. Als er meerdere dieren in huis zijn (zowel honden als katten) is het verstandig om deze ook te laten nakijken.

Verschijnselen

De meest voorkomende verschijnselen van oormijt infectie zijn schudden met de kop, krabben aan de oren en een grote hoeveelheid donkerbruin gekleurd oorsmeer. Vaak ruiken de oren sterk. De mijten kunnen ook op de huid van met name de kop voorkomen waar ze voor algemene jeukklachten kunnen zorgen.

Diagnose

De definitieve diagnose is alleen te stellen door het aantonen van de oormijten. Meestal kan de dierenarts deze zien door de gehoorgang te bekijken met een otoscoop. Is de oormijt niet zichtbaar dan wordt soms een uitstrijkje uit de oren microscopisch onderzocht.

Behandeling

Bij de aanwezigheid van veel oorsmeer moeten de oren eerst gereinigd worden. Dat kan meestal gebeuren door middel van een oorcleaner. Als dit onvoldoende resultaat geeft moeten de oren gespoeld worden.

Verder bestaat de behandeling uit het toedienen van een pipetje in de nek met een mijtendodend middel, en een oorzalf die 1 of 2 maal per dag in het oor aangebracht moet worden. Het is erg belangrijk om de zalf voldoende diep in het oor aan te brengen. Hierbij hoeft u niet bang te zijn het trommelvlies te raken.

Controle

De gehoorgang kan door de aanwezigheid van de mijten ernstig ontstoken raken. Als de behandeling onvoldoende aanslaat kan de gehoorgang verdikt raken met uiteindelijk doofheid tot gevolg. Daarom is het erg belangrijk dat u een afspraak maakt bij de dierenarts om na 3 weken de oren nogmaals te laten onderzoeken om het effect van de behandeling te controleren.