Cheyletiella

Vachtmijt of "wandelende roos"

Tegenwoordig krijgen we veel puppies in de kliniek die in de vacht veel schilfers hebben. De vacht is dof, er zijn veel schilfers (roos!) en losse haren. De schilfers zijn er niet uit te borstelen en de hond kan (maar hoeft niet) jeuk hebben.

Zowel honden, katten en konijnen kunnen besmet zijn met de Cheyletiella mijt. De mijt leeft in de oppervlakkige huidlaag, maar kan bij ernstige schilfervorming ook tussen de schilfers leven. De Cheyletiella besmetting is erg besmettelijk. Vooral jonge dieren zijn gevoelig, maar ook oudere dieren kunnen worden besmet.

schurftmijt en schilfermijtBij de hond zijn de eerste tekenen van een Cheyletiella infectie een doffe vacht met roos en veel losse haren. Uiteindelijk zit de hele vacht van de hond onder de schilfers. Bij de kat zien we veel losse schilfers op de rug, romp en nek en meestal ziet de eigenaar dat de kat zich meer wast dan normaal. Ook bij het konijn zien we een toegenomen huidschilfering en kaalheid. Sommige dieren hebben geen jeuk, andere dieren hebben wel veel jeuk.

Diagnose Cheyletiella: Meestal kunnen we in de kliniek de Cheyletiella aantonen door wat haren en schilfers onder de microscoop te bekijken. Soms bevestigen we de diagnose door een afkrabsel of door de plakbandmethode of door een stofzuigermonster.

Cheyletiella is goed te behandelen. Met een spot-on oplossing hebben wij goede ervaringen. Het is een makkelijke therapie welke na 4 weken herhaald moet worden. De contactdieren moeten ook worden behandeld. De woonomgeving moet worden behandeld met een omgevingsspray.

Het beste is om 4 weken na de laatste behandeling een controle onderzoek bij ons te laten doen op uw behandelde huisdier.